De twee kwartieren 2019 nr 4

Inhoudsopgave

Van de redactie
Bestuursvergaderingen
Cursussen en workshops
Stamboomspreekuren
Geplande bijeenkomsten
Terugblik op ledenactiviteiten
Paleografie: het lezen van Duitse documenten deel 2
Literatuur en genealogie 9: De tolk van Java
BEIVAWA, (BErgeijk, EIndhoven, VAlkenswaard en WAalre) IV
Bibliotheek: aanwinsten boeken
Transcriptie oud schrift
Mutaties ledenlijst
Colofon

♦ Paleografie: het lezen van Duitse documenten deel 2

In het vorige nummer is stilgestaan bij het kunnen lezen van een tekst in het
Sütterlinschrift. Het is natuurlijk wel zo dat dit schrift pas vanaf 1915 enigszins het
standaardschrift werd. Alle documenten van eerdere datum zijn in het Kurrent ‐
schrift geschreven. Daarom willen wij in dit nummer stilstaan bij het lezen van
Kurrentteksten.
Het Kurrentschrift is, zo kan in zijn algemeenheid wel gesteld worden, voor het
eerst door Johann Stäps, Notarius en Schreibe‐Meister (wij zouden nu zeggen een
kalligraaf), in zijn “Initial Buchstaben und Fundamental Vorschrifften, Wie solche
im Chur und Fürstl. Aemtern anjetzo gebraeuchlich” in 1723 vastgelegd. Hij heeft
zich verdienstelijk gemaakt met het bijeen brengen van alle mogelijke vormen van
letters. Zie bijvoorbeeld ook de in 1727 uitgegeven “Neue und gründliche
Calligraphia” en in 1735 “Gründliche Anweisung zu Angewöhnung einer [netten
Dressdner Hand]”. Onderstaand krijgt men een indruk van de vele vormen van de
letters van het Duitse alfabet zie hieronder Tafel 9 of onder deze link.
Verderop op pagina 14 en verder treft u aan voorbeelden van veel voorkomende
woorden in het Kurrent schrift in diverse handschriften, het ene iets duidelijker dan
het andere. Dit geeft een aardig idee van de ontwikkeling van het schrift.
Zoals hieronder te zien is, is het niet altijd even gemakkelijk om de voorbeelden
snel te lezen. Ook binnen het Kurrentschrift heb je de nodige variaties, die vooral
te maken hebben met de lengteverhoudingen van de boven‐, midden‐ en on der ‐
lengte van het schrift verticaal verdeeld over de grootte van de letter. Gebruikelijk
is bij de Kurrent een verhouding van 1,5:1:1,5. Bij de Kurrent rond 1900 is deze
verhouding 2:1:2. Bij Sütterlin is dit overigens 1:1:1. Via deze link kunt u voor zowel het Kurrentschrift als Sütterlinschrift lijntjespapier (Linien blatt) en oefenbladen
(Übungsblätter) downloaden.

♦ Literatuur en genealogie 9: De tolk van Java

Dik Jager
Introductie
Voor deze roman krijgt de schrijver Alfred Birney in 2017 de Libris Literatuurprijs en de Henriette Roland Holstprijs.

Inhoud
De hoofdpersoon is Arend Noland de vader van de verteller Alan Noland. Arend wordt in 1925 geboren in het toenmalig Nederland‐Indië als Arend Sie, jongste buitenechtelijke zoon van de advocaat Willem Nolan en de gescheiden Chinese vrouw Sie Swan Nio (geneagram 1). Willem komt uit een wel ‐ gestelde Nederlandse plantersfamilie met wortels in Schotland. De moeder van Willem is een Javaanse. Arend heeft dus Schots, Nederlands, Chinees en Javaans bloed. Zijn vader heeft hem en zijn twee broers en twee zussen nooit erkend, wat toch enigszins ongebruikelijk is. Als jongste wordt Arend door zijn oudere broers streng en hardhandig aangepakt. Zijn Chinese oom Soen neemt hem af en toe in bescherming en brengt hem in aanraking met enkele occulte zaken. De Chinese oma van de verteller komt in het laatste deel van het boek terug als haar geest Alan beschermt.
Arend (of Arto zoals hij in het gezin heet) wordt als Chinees‐Indisch beschouwd.
Tijdens de Japanse bezetting redt dat feit hem waarschijnlijk het leven. Later in
Nederland schrijft hij zijn herinneringen aan de Indische tijd op. Deze memoires
zijn in het boek als verhaal opgenomen en schetsen het gewelddadige verleden
van Arend.

Het geslacht Birnie
De familie waarover het boek gaat, is – vaak één op één – gemodelleerd naar de
bestaande familie Birnie (geneagram 3).
Als Schots korporaal in Nederlandse dienst huwt David Birnie in 1772 te Deventer
met de Overijsselse Gerarda van Goor. Zij worden de stamouders van de Neder ‐
landse tak van dit geslacht. Zoon George (1775‐1830) begint in 1797 een tapijten ‐
fabriek in Deventer. Diens gelijknamige kleinzoon (1831‐1904) start een tabaks ‐
plantage in Djember op Oost‐Java. In 1904 bestaat het concern uit 6000 ha land ‐
bouwgrond. Tientallen werkmaatschappijen bieden werk aan tienduizenden (!)
inlandse werknemers. Deze plantages hebben dus een grote betekenis voor de
ontwikkeling van Oost‐Java. De Tweede Wereldoorlog en de dekolonisatie van
Nederlands‐Indië zijn uiteindelijk de nekslag voor het bedrijf. Het wordt in 1957
Genationaliseerd

♦ Beivawa (Bergeijk, Eindhoven Valkenswaard, waalre). De vervolgstudie (IV) van Toon van Gestel

Systematisch heb ik gegevens van de Burgerlijke Stand en het bevolkingsregister
van een aantal (voormalige) gemeenten verwerkt om de onderlinge verwantschap
van de plaatselijke bevolking in kaart te brengen. Van zeven gemeenten zijn alle
beschikbare bronnen gebruikt, van vijf gemeenten worden nog gegevens ver-
zameld. Dit heeft geleid tot een bestand met een verknoopt vlechtwerk van
onderling verwante personen, dat 2/3 tot 3/4 van alle personen omvat. Dit
vlechtwerk wordt verder geordend met verwantschap als criterium.
Daarvoor heb ik dit vlechtwerk opgeknipt in parentelen in volgorde van grootte.
Waar ik kwartierherhaling (die nagenoeg onvermijdelijk is) aantref, splits ik de
parentelen op in kwartieren. Wat al doende aan de rand en onderkant wordt
losgeknipt, raap ik als rafel op. Daarbij hanteer ik als uitgangspunten: iedereen
hoort erbij; breng zo veel mogelijk personen onder een noemer; maak geen
onderscheid tussen man en vrouw; verbied kwartierherhaling binnen een deel ‐
bestand; iedereen komt maar één keer voor en krijgt zo een eigen plek in het
geheel; maar: doorgehakte knopen vind je in beide deelbestanden terug.
Vervolgens zijn de 389 deelbestanden weer verbonden. De rafels met de parenteel/
het kwartier waar zij het langst aan vast zaten (die met het hoogste nummer); de
kwartieren als onderdeel van een parenteel; de parentelen aan een zo groot
mogelijke parenteel, en daarvan aan een zo oud mogelijk kwartier (dus bij voor ‐
keur aan 1.7). Zo is een volgorde ontstaan, met voor ieder een eigen plek.