Een Historische-Genetische Reconstructie van buiten echtelijke paterniteit (EPP)

Een Historische-Genetische Reconstructie van buiten echtelijke paterniteit (EPP)

Dit is een belangwekkende studie van de Belgische geneticus prof Larmuseau, die onlangs ook te Tiel een boeiende voordracht hield. Deze studie verscheen in een recente uitgave van Current Biology

Vaderschapstests met behulp van genetische markers hebben aangetoond dat extra-maritale paterniteit (EPP) veel voorkomt bij veel paargebonden soorten. Evolutietheorie en empirische gegevens tonen aan dat extra-paar-copulaties de fitheid van zowel mannen als vrouwen kunnen verbeteren. Dit kan aanzienlijke kosten met zich meebrengen voor de sociale vader, die vervolgens investeert in het grootbrengen van nakomelingen die biologisch niet de zijne zijn. In menselijke populaties blijven de incidentie en correlaten van vaderschap buiten het paar zeer omstreden.
Hier gebruiken we een genetische genealogie op populatieniveau om spatio-temporale patronen in menselijke EPP-frequentie te reconstrueren. Met behulp van patrilineaire genealogieën uit de Lage Landen over een periode van meer dan 500 jaar en Y-chromosoomgenotypering van levende afstammelingen, toont onze analyse aan dat historische EPP-frequenties, hoewel over het algemeen laag, sterk werden beïnvloed door sociaaleconomische en demografische factoren. In het bijzonder zien we dat de geschatte EPP-percentages bij gehuwde paren varieerden in de orde van grootte, van 0,4% tot 5,9%, en piekten bij gezinnen met een lage sociaaleconomische achtergrond die in dichtbevolkte steden van de late 19e eeuw woonden. Onze resultaten ondersteunen theoretische voorspellingen dat sociale context de uitkomsten van seksueel conflict in menselijke populaties sterk kan beïnvloeden door de prikkels en kansen voor het aangaan van extra-parentale paterniteit te moduleren. Deze bevindingen laten zien hoe hedendaagse genetische gegevens in combinatie met diepgaande genealogieën een nieuw venster openen op het seksuele gedrag van onze voorouders.

Prof dr. Jan Kok – een historicus – vindt die redenering toch wat te kort door de bocht. Eerder is de verklaring in de verarming van de steden na de Napoleontische tijd, het wegvallen van de kerkelijke controle op de goede zeden rond 1800 en dat het tot 1880 moeilijk was om te scheiden.
‘De seksuele moraal was losser, vrouwen verarmden en belandden in de semi-prostitutie’. ‘In een stad als Amsterdam werd in lagere milieus wel 60 procent van de eerste kinderen geboren buiten het huwelijk’. Bedenk verder (JWK) dat tussen 1805 en 1841 zeer veel jonge gehuwde mannen elders waren gelegerd vanwege oorlog en oorlogsdreiging. Ook waren veel jonge huwbare mannen gesneuveld tijdens de Napoleontische veldslagen. Daarnaast werd de periode 1840-1810 gekenmerkt door een aardappelen crisis, epidemieën en diepe armoede. Veel buitenechtelijke zwangerschap zien we vooral bij dienstboden die vaak in een machteloze positie stonden.

Zie https://www.cell.com/current-biology/fulltext/S0960-9822(19)31305-3
Jw.koten@hccnet.nl