Ethische aspecten van het Bedrijfsmatige DNA-onderzoek

Verschillende bedrijven vertellen op basis van het DNA alles over de afstamming. Kleven er ook ethische bezwaren aan deze wildeweg praktijken? NEMO Kennislink vraagt het de filosoof Rob Zwijnenberg.

‘Ontdek wie je echt bent!’ ‘Doe geweldige ontdekkingen over je voorouders.’ ‘Vind je roots en traceer je verre familieleden.’ Met dergelijke leuzen verleiden bedrijven als YourHeritage.com, 23andMe.com en Family Tree.com de gewone burger om wat van zijn DNA aan hen af te staan zodat ze je, gewoonlijk binnen enkele weken, meer kunnen vertellen over je (etnische) afkomst.

Deze genetisch afstammingstesten zijn nu voor de gewone burger bereikbaar geworden. Het is een groeiende markt hetgeen blijkt uit de cijfers. In 2017 hadden wereldwijd 12 miljoen mensen zich laten testen. Volgens het Massachusetts Institute of Technology (MTI Boston) groeide dat aantal in 2018 naar 26 miljoen. De Verenigde Staten nam het overgrote deel daarvan voor zijn rekening, Dank zij intensieve marketing lijkt er ook in Nederland hiervoor belangstelling te bestaan.

Maar hoe wenselijk is het als we steeds vaker ons DNA opsturen om te achterhalen wat de genetische achtergrond is. De filosoof Robert Zwijnenberg van de Universiteit Leiden werd deze vraag gesteld. Hij onderzoekt al jarenlang de ethische aspecten van nieuwe technologieën. Daarnaast doceert hij de Coursera online cursus Genetic privacy: should we be concerned? die enkele duizenden studenten wereldwijd volgen.

Onder deze link staat een aardig goed onderbouwt artikel dat over dit onderwerp dat lezenswaardig is: Dat ons DNA onthult wie we zijn is een sprookje.

Jw.koten@hccnet.nl