NGV Nijmegen: 100 jaar geleden: de grootste epidemie in de geschiedenis: de Spaanse Griep

 

Honderd jaar geleden kreeg Nederland te maken met de ernstigste epidemie aller tijden, namelijk de griep die men ten onrechte de Spaanse griep noemt. Het bijzonder treurige van deze griep was dat het vooral jonge mannen trof die binnen enkele dagen na de infectie stierven.

Deze griepgolf manifesteerde zich in WestEuropa tijdens de zomermaanden van 1918, het laatste jaar van de eerste wereldoorlog (1 augustus 1914 – 11 november 1918). Deze Spaanse griep zou later leiden tot een nationale griepcatastrofe die de bevolking van Nederland als geheel teisterde. Mobilisatie Hoewel Nederland door veel geluk buiten de oorlog was gebleven, had deze oorlog door de massale vierjarige mobilisatie waarbij meer dan 220.000 mannen gemobiliseerd en slecht gehuisvest waren, een diepgaande invloed op het risico van infectieziekten. De gemobiliseerde krijgsmacht was door de slechte legering van de troepen en de zeer povere hygiëne extra kwetsbaar geworden voor infectieziekten. Ook Nederland werd getroffen door de Spaanse griep, die in eerste instantie vooral de gemobiliseerde jonge militairen trof. Zij deed zich het eerst voor in de garnizoensplaatsen met veel militairen. Uiteindelijk trof deze pandemie de burgerbevolking als geheel. Tegen het einde van de oorlog was de gezondheidstoestand van de stedelijke bevolking, mede door de honger en andere tekorten (zeep, verwarming et cetera), zeer zorgwekkend geworden. Mede daardoor was er een massale sterfte door de griep, ook bij de gewone burgers. Drie fasen Gewoonlijk onderscheidt men in deze griepgolf drie fasen. De eerste fase tijdens het voorjaar 1918 verliep gematigd en als gebruikelijk. Vanaf mei veranderde de epidemie, wat samenhing met de komst van de eerste VS-militairen die naar Europa waren verscheept en die al in de VS met dit zeer kwaadaardige virus besmet waren. Deze militairen werden ingezet aan het westelijke front in Europa. Bij het begin van de wintermaanden in 1918 veranderde ook het verloop van de ziekte. Het verloop was langduriger en ook het aantal sterfgevallen bij oudere mensen nam toe. Bij deze gevallen was er waarschijnlijk een bacteriële neveninfectie die het ziektebeloop compliceerde. Oorzaak van de Spaanse griep In 1917 besloot de VS zich bij de geallieerden bij de strijd tegen Duitsland aan te sluiten. In korte tijd wist men een grote legermacht op de

been te brengen die her en der in kampen werd gelegerd. Dit is een ideale omstandigheid waardoor epidemieën zich snel kunnen verspreiden. In de Verenigde Staten werd de ziekte voor het eerst in camp Funston in Haskell County, Kansas geconstateerd. Dat was in januari 1918. De legerarts meldde dit en waarschuwde toen al voor de gevolgen. Van Funston sloeg de griep over naar andere kampen. Het is mogelijk dat Chinese contractarbeiders in het Kamp Funston bij de infectie betrokken waren.

Met de komst van de Amerikaanse militairen brak ook in West-Europa een griepepidemie van ongekende omvang uit. In korte tijd kregen aan beide zijden van de frontlinie enkele honderdduizenden militairen de griep. Uiteraard had deze griep, die in mei 1918 aan het westfront uitbrak, grote invloed op de krijgshandelingen. Tijdens de laatste veldslag was aan Duitse zijde circa 20 procent van de militairen door griep geveld. Het offensief verzandde daardoor en bevorderde de eindzege van de geallieerden. Spaanse griep in Nederland Zoals gezegd, ook in Nederland manifesteerde de griep zich als eerste in garnizoensplaatsen. In het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde zijn hieraan diverse artikelen gewijd. De geneeskunde stond vrijwel machteloos tegen deze griepgolf. Allerlei therapieën werden beproefd, tevergeefs. Militairen verkeerden in een extra kwetsbare positie, omdat zij door de slechte legering elkaar hoestend de luchtweginfecties doorgaven. De Spaanse griep was daarom de grootste killer van onze gemobiliseerde militairen in de Eerste Wereldoorlog. De landelijke griepgolf verspreidde zich tijdens de zomermaanden van 1918 explosief en was rond de wapenstilstandsbesprekingen, november/december 1918, op zijn hoogtepunt. Meestal begon de griep met een hoge koorts die pas na enkele dagen zich matigde. Vooral bij jongeren (10 tot 20 procent) trad nogal eens in de vroege fase een acute dood door ademnood op. Bij een groot aantal herstellende grieppatiënten trad daarna nog een tweede koortsgolf op, die op een secundaire bacteriële infectie van de luchtwegen berustte. Naar schatting stierf een op de vijf grieplijders daardoor. Op de door honger verzwakte bevolking had deze Spaanse griep ook in Nederland op de bevolking als geheel een catastrofale uitwerking, die zich vooral bij de derde golf manifesteerde. De virale infectie was al erg genoeg, maar zij trof bovendien een hongerende bevolking in ongunstige omstandigheden (ondervoeding, overvolle medische kampen en ziekenhuizen, slechte hygiëne). Dit bevorderde deze bacteriele superinfectie die nog de meeste slachtoffers maakte, meestal na een ietwat langduriger sterfbed. Staatscourant De Staatscourant van 19 december 1918 bevat een overzicht van de sterfte ‘aan influenza, acute bronchitis, bronchopneumonie, croupeuze pneumonie en aandoeningen der pleuraholte in de in hoofde dezes genoemde maanden, waaraan reeds thans de cijfers voor November 1918 kunnen worden toegevoegd. Aan influenza, waaraan in de jaren 1913—1917 gemiddeld niet meer dan 0,08 per 1 000 inwoners stierven, overleden in oktober ongeveer 51/2 Per 1 000, dat is 67 maal de normale sterfte, terwijl het cijfer voor November niet minder dan 19 per 1 000 bedroeg, dus 237 maal de normale sterfte.’ Scholen dicht Preventie was de enige mogelijkheid om de griepepidemie wat in te dammen. In allerhaast werden scholen gesloten en openbare bijeenkomsten en manifestaties afgelast. Het spugen op de grond was in die tijd nog gebruikelijk en werd ontmoedigd. Er verschenen alom bordjes met de tekst Verboden te spuwen, onder andere in wachtkamers, wagons en andere openbare gelegenheden. Ook raakten mondkapjes in zwang om de gevolgen van het aanhoesten te verminderen.

Goede raad Kapitein-apotheker Van Essen gaf advies over preventie: ‘’t Verdient aanbeveling om den mond zoveel mogelijk gesloten te houden en te ademen door den neus. Indien men met iemand spreekt, laat men dan op eenigen afstand van elkaar staan. Het beste is zo min mogelijk handen te geven. Wascht verder dikwijls uwe handen, het liefste met zeep, doch bij dezen zeepnood met zand, vette klei of pijpaarde in den vorm van kunstzeep. […] Wandel liever in de frissche buitenlucht, dan plaats te nemen in een volle tram. Indien niet noodzakelijk, vermijdt dan verzamelplaatsen van menschen. Verder is roken goed, omdat de mond dan dichtgehouden wordt. Een suikerbal, hopje of pepermunt kan daarom ook goede diensten bewijzen. Nu en dan gorgelen met mondwater of chloraskaliumoplossing is aan te bevelen.’ Het effect was dat veel jonge mannen gingen roken en dat bleven doen.

Naar schatting stierven door de griep in Nederland rechtstreeks 30.000 inwoners. Daarnaast kregen nog eens 30.000 ernstige longschade, die vaak tot een vroegtijdige dood leidde. In bijna iedere familie waren een of meer griepdoden te betreuren. Men schat dat mondiaal gezien de griepgolf 50 tot 100 miljoen mensen het leven kostte. Men zegt wel eens dat de griep de grootste medische holocaust in de geschiedenis is geweest.

reacties naar jw.koten@hccnet.nl