THREANT

INHOUD:

Van de voorzitter 57
Vacatures NGV Drenthe en NW-Overijssel 58
Activiteiten NGV Drenthe en NW-Overijssel 59
Inzenddatum kopij volgende Threant 59
Verslag oude foto’s dateren 59
Genealogisch inloopspreekuur 60
Enquette-Commissie Veenderijen 1891 (deel 2) 60
Dirck is Theodorus 67
Johanna M.L. van der Scheer 1858-1883 70
Tijdschriften historische verenigingen 75
Diverse genealogieën uit bladen van de 83
Historische verenigingen
Regels voor het inzenden van kopij vindt u op onze afdelingssite.

VERSLAG LEZING OUDE FOTO’S DATEREN

Terugblik op de lezing Oude foto’s dateren door Henk Wierts op 16 maart 2019. Bij het uitzoeken van een stamboom horen ook foto’s van familieleden. Regelmatig gebeurt het dat je een oud portretje vindt zonder dat iemand nog Threant jaargang 30 (2019) nr. 3 60 weet wie het is of waar het genomen is. Toch zijn er manieren om dichter bij de oplossing van zo’n raadsel te komen. Henk Wierts vertelde waar we op moeten letten bij oude foto’s en hoe we zo’n afbeelding in een bepaalde tijd kunnen plaatsen, het dateren. De aanwezigen konden foto’s meenemen voor datering dat tot aardige ontdekkingen leidde. In veel gevallen staat onderaan of op de achterzijde van de foto, de naam van de fotograaf. Met die informatie maak je een goede start.

DE ENQUETTE-COMMISSIE VEENDEREIJEN 1891 (deel 2)
Ingezonden door: Foppe Kooistra, email: fdkooistra2812@gmail.com
Het verslag van Halbe Akker. Hij werd 8 september 1891 te Hoogeveen verhoord. Er worden typische uitdrukkingen van den veengraverij gebruikt. Voordat de verhoren plaats vonden, zijn er vragenlijsten verstuurd. Hierdoor was de commissie reeds goed geïnformeerd over de gang van zaken in de veengraverij.
Verhoor van Halbe Akker, oud 54 jaar, turfmaker te Weerdingermond, gemeente Emmen.
9803. De Voorzitter: Bij wien zijt gij werkzaam?
A. Bij Bole Beugel.
etc
Dit is een belangwekkend verhaal over de sociale toestand van de veenstekers en hun gezinnen, lezenswaard.

DIRCK IS THEODORUS
Geplaatst met toestemming van Anton Neggers (voorzitter van Kempen en Peelland)
Voor veel beginnende stamboomonderzoekers is het een belangrijke ontdekking: je zoekt naar de doop van je voorvader Dirck, en je kunt hem maar niet vinden. Totdat iemand je uitlegt dat je naar Theodorus moet zoeken. Volgens de Nederlandse voornamenbank komt Theodorus van het Griekse ‘geschenk van God’, maar het is waarschijnlijker dat de voornaam Dirck is afgeleid van het oud-Germaanse Theodoric (‘de machtige onder zijn volk’). Het was de pastoor die er Theodorus van heeft gemaakt. Sint Theodorus was een martelaar die levend geroosterd werd omdat hij in Amasya in het huidige Turkije een heidens tempel in brand stak.
In onze cultuur wordt iedere persoon aangeduid met een of meer voornamen en een geslachtsnaam (familienaam of achternaam). Het recht op de voornaam en geslachtsnaam wordt in Nederland geregeld in titel 2 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Over voornamen zegt art. 4: Een ieder heeft de voornamen die hem in zijn geboorteakte zijn gegeven. In de regel is degene die aangifte doet van de geboorte dus ook degene die bepaalt welke voornamen een kind krijgt. Volgens art. 19e is de vader verplicht tot het doen van aangifte, en is de moeder daartoe bevoegd. Als er geen vader is of deze is niet in staat aangifte te doen moet de aangifte geschieden door ieder die bij het ter wereld komen van het kind aanwezig is geweest, of de bewoner van het huis of hoofd van inrichting (bijvoorbeeld ziekenhuis) waar de geboorte heeft plaatsgehad.
In de regel krijgen kinderen hun voornamen dus van hun ouders. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand heeft de bevoegdheid om voornamen op te nemen die naar zijn oordeel gepast zijn, of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen (tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn). Als de aangever geen voornamen opgeeft, of deze worden geweigerd zonder dat de aangever deze vervangt, zal de ambtenaar ambtshalve de voornamen Threant jaargang 30 (2019) nr. 3 68 geven. In dat geval zal dat uitdrukkelijk in de geboorteakte worden vermeld.
Behalve een of meer voornamen hebben personen meestal ook een roepnaam: vaak een afkorting of variant van een van de voornamen. Omtrent roepnamen bestaan geen wettelijke regels. Iedereen is vrij de roepnaam te kiezen die hij of zij wenst. In de regel wordt de roepnaam door de ouders gekozen bij de geboorte, maar die naam kan op elk gewenst moment worden veranderd.
De wettelijke regels omtrent naamgeving zijn in ons land ingevoerd in de Franse tijd. Vóór 1811 bestonden er feitelijke geen vaste, afdwingbare regels. Een persoon werd aangeduid met zijn roepnaam, zijn vadersnaam (patroniem) en zijn geslachtsnaam. In de Noordelijke provincies werden geslachtsnamen niet of nauwelijks gebruikt totdat de keizer der Fransen bij decreet van 18 augustus 1811 iedereen verplichtte een vaste familienaam te kiezen.
Tot de Franse tijd werd de naamgeving veelal beïnvloedt door de instanties die de registraties van geboorte, huwelijk en overlijden bijhielden, met name de geestelijkheid (pastoors en predikanten), schepenbanken en notarissen. Net als nu kozen de ouders de voornaam (roepnaam) van hun kind en gaven die bij het doopsel op aan de pastoor of predikant. In de protestantse kerken was men gewend de roepnaam ook als doopnaam te noteren. Maar in de katholieke kerk werden kinderen gedoopt met voornamen die pasten in de traditie, en dat betekent dat gebruikelijke roepnamen in het doopregister door de pastoor werden omgezet in namen van heiligen of Bijbelse namen. Omdat in de wereldlijke registraties (huwelijksakten, schepen- en notariële protocollen) de roepnaam wel gewoon werd gehanteerd komen katholieken in de registers dus vaak voor onder verschillende voornamen. En dat kan ook tot grote verwarring leiden. Niet alle roepnamen zijn namelijk eenduidig tot dezelfde heiligen namen te herleiden, en dus werd er door pastoors vaak maar wat gekozen.
Voor de meeste voornamen valt het nog wel mee. Iemand die in het doopboek Jo(h)annes genoemd wordt kan in het dagelijks leven Jan, Hannus, Hans of Hens genoemd worden. Maar iemand die met zijn roepnaam Janus heet kan in de doop- en trouwboeken voorkomen als Johannes, Adrianus of Christianus. Maria wordt Marieke, Marijke, Miet, Marije, Rietje. Maar iemand die gedoopt wordt als Anna Maria of Joanna Maria kan als roepnaam zowel Anna (Anneke), Annemaria, Jenneke, Jennemaria of Maria hebben.
Dirk komt van Theodorus, Driek komt van Hendrikus, maar iedereen snapt dat het een dunne lijn is op basis waarvan beide namen nogal eens verward worden. Het probleem is daarbij ook dat pastoors in de doop- en trouwboekenniet altijd consequent kozen voor dezelfde heilige, zodat een persoon soms onder meerdere voornamen in de registers voorkomt.
Nog een aantal opvallende gevallen: een vrouw die Mijntje heet kan gedoopt zijn als Wilhelma (Guielma) of Jacoba (Jacomina). En Leentje is soms Helena, soms Magdalena, en omdat de roepnaam van Catharina ook Lijntje kan zijn worden ook die namen nog wel eens verward. En Frans of Frens is zowel Franciscus of Laurentius.
Om persoonsnamen in de wereldlijke registraties te koppelen aan de registers van de katholieke kerk is dus enige mate van creatief denken een voorwaarde. Om daaraan conclusie te verbinden is het wel belangrijk het adagium: unus testis nullus testis (één bewijs is nog geen bewijs) te hanteren, en uw stelling dat we met één en dezelfde persoon te hebben met meerdere bewijsmiddelen te onderbouwen.
In het schema hieronder worden een aantal voorbeelden van katholieke naamgeving genoemd. Voor een uitgebreide lijst vindt u op: http://www.goedeluiden.nl/?page_id=232.

jw.koten@hccnet.nl