het leven zit

vol verhalen

Napoleon

Stap 3: onderzoek 1811 - heden

Uitwerken en aanvullen van gegevens

Hoe ga je nu verder aan de slag met onderzoek doen als je alle gegevens van je familie hebt verzameld?

Persoonskaart

Een persoonskaart bevat gegevens van één persoon; en indien gezinshoofd, ook die van zijn kinderen. De kaart werd bewaard en bijgehouden door de woongemeente. Na overlijden ging de kaart eerst naar het CBS en daarna naar het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG). Op deze kaart staan o.a. geboorte, huwelijk, overlijden en ouders van betrokkene geregistreerd. De persoonskaart wordt eenmalig aangelegd. Verhuist iemand, dan gaat de persoonskaart mee naar de nieuwe woonplaats. Uittreksels van persoonskaarten en –lijsten en abonnementen kunnen tegen betaling opgevraagd worden bij het CBG. Voor persoonslijsten geldt dat de gegevens pas vanaf het tweede kalenderjaar na het jaar van overlijden beschikbaar zijn.  De uittreksels kunnen zowel per post als per e-mail worden aangevraagd. Meer informatie over de aanvraagprocedure kun je hier teruglezen.

De persoonskaart was een onderdeel van de gemeentelijke bevolkingsregistratie tussen 1938 en 30 september 1994. Momenteel hebben wij de digitale administratie: de persoonslijst van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens.

Gezinskaart

De Gezinskaarten maakten vanaf 1850 deel uit van het Bevolkingsregister. Gezinskaarten verdwenen vanaf 1938 toen de persoonskaarten werden ingevoerd. Aanvankelijk werden de gezinnen geregistreerd in een gezinsboek dat handmatig werd bijgehouden. Van einde 19de eeuw kwamen losbladige gezinskaarten in zwang en vanaf 1920 werden deze verplicht en uniform. Aanvankelijk zijn dit handgeschreven kaarten, later werden deze getypt. Gezinskaarten zijn soms op adres soms op naam geïndexeerd, meestal zijn er kruisverwijzingen bij meerdere registers. Op de gezinskaart staan ondermeer de naam en personalia van het gezinshoofd, vervolgens deze gegevens van zijn vrouw, kinderen, inwonend huispersoneel, eventuele inwonende familieleden en andere bewoners. Verder vindt men de burgerlijke staat en het kerkgenootschap vermeldt.

Bevolkingsregister

Aanvankelijk bleef de gemeente registratie van de bewoners beperkt tot de gegevens van de Burgerlijke stand. Vanaf 1850 werd naast de burgerlijke stand een bevolkingsregistratie doorgevoerd waarin alle gemeentelijke inwoners moesten worden geregistreerd. Deze gegevens waren aanvankelijk gebaseerd op de gegevens van de Volkstellingen. Na 1850 worden deze registers op adres bijgehouden en de gegevens in dikke boeken handmatige ingeschreven. In veel gevallen zijn deze gegevens op microfiches beschikbaar. Vanaf 1861 wordt men verplicht wanneer men verhuisd hiervan een gemeentelijke aangifte te doen. U kijkt op naam, eerst op het overzicht van de betr. periode (klapper), daarna bij de verwijsnummers. U vindt dan het hele gezin op het moment van registratie. De jaartallen die vermeld worden, moet je nog wel vergelijken met de juiste akte.

Burgerlijke stand (B.S)

De Burgerlijke stand dateert vanaf de Franse periode. Het werd een gemeentelijke taak die door de ambtenaar van de Burgerlijke stand werd uitgevoerd. De registratie van geboorte, huwelijk en overlijden werd verplicht. Deze gegevens werden in 3 afzonderlijke registers bijgehouden. In sommige Nederlandse provincies (Limburg) werd de B.S. rond 1795 ingevoerd, in Holland pas vanaf 1811. Vanaf 1825 is de aangifte op straffe van sancties verplicht geworden.

Als je het jaartal van geboorte, huwelijk of overlijden nog niet weet, kun je eerst de 10-jaren en daarna de 1-jarentafel van een bepaalde periode nakijken. Noteer alles van de akten, of laat ze fotokopiëren. Ook de aktenummers zijn belangrijk.

Huwelijksbijlagen

De Huwelijkse bijlagen zijn een uitzonderlijke rijke genealogische bron en ze bevatten in ieder geval een afschrift van de geboorteakten van het bruidspaar. We weten hieruit waar en wanneer ze geboren zijn. Waren bruid en bruidegom vóór de invoering van de burgerlijke stand geboren, dan overlegden ze een uittreksel uit het doopregister. De bijlagen bevatten naast de geboorteakte van bruid en bruidegom, eventueel overlijdensakten van ouders. Belangrijk zijn de gegevens omtrent de vervulling van de verplichtingen van Nationale Militie (keuring militaire dienst, lotingsnummer, gegevens over dienstplicht, ontslag uit militaire dienst). Met het aktenummer van de huwelijksakte uit de B.S. kun je de bijlagen terugvinden. De Huwelijkse bijlagen zijn beschikbaar bij de regionale historische centra (rhc’s). Ook de mormonen en het CBG hebben meestal microfiches van deze gegevens.

Volkstellingen

1829, 1839, 1899 en 1947. Van deze laatste telling zijn de namen en woonplaatsen verwerkt in het Repertorium Nederlandse Familienamen. Deze boeken laten zien waar de naam veel voorkomt.

Naslagwerken

Wellicht zijn er al eerder mensen bezig geweest met je familie. Raadpleeg:

  • Het Genealogisch Repertorium van Beresteyn( 5 delen)
  • Het register van het blad Gens Nostra van de NGV
  • Het Centraal Naamregister in het Informatiecentrum  van de NGV in Bunnik (alleen voor leden)
  • De kaartenbakken in het Centraal Bureau voor Genealogie
  • De kaartenbakken of overzichten in het archief waar je je familie zoekt
  • Contact met een historische vereniging
  • Kwartierstatenboeken van families uit de streek waar je zoekt
  • Contactdienst van de NGV, met gegevens die beschikbaar gesteld worden door leden en niet leden.

Verzamelingen

in het Informatiecentrum in Bunnik en in het CBG in Den Haag met onder andere krantenknipsels, bv. rouwadvertenties, geboorteadvertenties, bidprentjes, handschriften, familiedossiers.

Bronnen om nog wat meer over uw familie te weten te komen

Deze bronnen geven inzicht in de woonomgeving, de familieverhoudingen, de financiële situatie of het gedrag van familieleden.

  • Nieuw notariële en rechterlijke archieven, bijvoorbeeld huwelijkse voorwaarden, koop en verkoop van land, testamenten, boedelinventarissen en boedelscheidingsverklaringen
  • Kadastrale archieven, voor de heffing van grondbelasting, bijvoorbeeld gegevens over hypotheken
  • Aardrijkskundige boeken, bijvoorbeeld Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa
  • Oude kaarten, ieder archief heeft hier een afdeling voor (atlas)
  • Oude foto’s
  • Register van Naamsaanneming, lijst van personen die tussen 1811 en 1825 nog geen achternaam hadden, en die er toen een aannamen
  • Memories van successie, van 1818 tot 1900, betreffende de successiebelasting
  • Weeshuizen, meestal bij een kerk.
  • Kerkboeken, notulen van de kerkeraadsvergaderingen (Gemeentelijk- of Kerkarchief)
  • Verenigingen, Gemeente- of Rijksinstellingen, Vakbonden, enz. Van veel instellingen zijn aparte archieven bewaard gebleven.

Bovenstaande voorbeelden geven een korte samenvatting van een aantal mogelijk- heden om verder te zoeken. De stukken van deze archieven moet je meestal aanvragen door middel van een invulbriefje. De nummers van de stukken vind je in de Inventaris (in iedere studiezaal is een bundel, een map of een kaartsysteem of computer waarin alle archiefstukken van het betreffende archief beschreven staan).